CONTROLE WERKING


BHE071001038W04

1. Controleer de druk van het koudemiddel. (Zie CONTROLE DRUK KOUDEMIDDEL.)

2. Plaats een droge-bolthermometer in het middelste ventilatierooster aan bestuurderszijde.

3. Start de motor, breng hem op bedrijfstemperatuur en laat hem constant draaien met 1.500 omw/min.

4. Zet de aanjagerschakelaar in de stand MAX HI.

5. Zet de aircoschakelaar AAN.

6. Kies de stand RECIRCULATIE.

7. Zet de temperatuurregelknop in de stand max. koud.

8. Kies de stand VENTILEREN.

9. Sluit alle portieren en ruiten.

10. Wacht tot de temperatuur van de uitgeblazen lucht stabiel is.

Stabiele situatie
• De aircocompressor wordt herhaaldelijk in- en uitgeschakeld met regelmatige intervallen.

11. Lees de droge-bolthermometer af nadat de lucht uit de aanjager stabiel is geworden.

12. Controleer de buitentemperatuur.

13. Controleer of de temperatuur in het grijze gebied ligt.

• Controleer het koelcircuit aan de hand van het storingzoekschema als er een storing is.